reversetakeover.nl

15 februari 2024

Reverse Takeover vs IPO: wat past bij jouw bedrijf?

Wanneer kies je voor een reverse takeover en wanneer voor een traditionele IPO? De voor- en nadelen van beide routes naar een beursnotering.

Als ondernemer die serieus nadenkt over een beursnotering, staat je vroeg of laat een fundamentele keuze te wachten: ga je voor een traditionele IPO of voor een reverse takeover? Beide routes leiden naar hetzelfde doel maar via een heel ander pad, met heel andere kosten, tijdlijnen en risicos.

Als iemand die zelf een reverse takeover heeft begeleid, Alumexx via PHELIX NV in 2017, kan ik beide routes vanuit de praktijk bespreken.

De traditionele IPO: de koninklijke weg

Een Initial Public Offering is de klassieke route naar de beurs. Het bedrijf werkt samen met een of meerdere investment banks die als underwriter optreden, bereidt een uitgebreid prospectus voor, houdt roadshows voor institutionele beleggers en biedt vervolgens nieuwe aandelen aan op de openbare markt.

Een succesvolle IPO genereert maximale aandacht en geloofwaardigheid. Grote institutionele beleggers investeren bij voorkeur in bedrijven die via een volwaardige IPO naar de beurs zijn gekomen. De begeleidende banken fungeren als kwaliteitsstempel.

Maar de kosten zijn aanzienlijk. Commissies voor de underwriters, doorgaans 3 tot 7 procent van de opbrengst, plus juridische kosten, accountantskosten en marketingkosten voor de roadshows. Gemakkelijk enkele miljoenen euros.

De tijdlijn is lang: van het eerste gesprek met de banken tot de daadwerkelijke notering duurt een IPO typisch 12 tot 24 maanden. En het resultaat is onzeker: als de marktomstandigheden verslechteren in de weken voor de geplande notering, kan de IPO op het laatste moment worden uitgesteld of ingetrokken. Dan heb je al die kosten gemaakt voor niets.

De reverse takeover: de slimme route

Een reverse takeover is fundamenteel anders. In plaats van nieuwe aandelen te emitteren op de openbare markt, neemt het privebedrijf een meerderheidsbelang in een bestaande maar inactieve beursgenoteerde vennootschap, de beurshuls.

Snelheid is het grootste voordeel. Een reverse takeover kan in 3 tot 6 maanden worden afgerond. De kosten zijn aanzienlijk lager. Er zijn geen underwriters, geen grootschalige roadshows. En het resultaat is zekerder: de beursnotering bestaat al.

Het nadeel: de beurshuls brengt een verleden mee. Dat verleden kan verborgen schulden, juridische claims of een negatief imago bevatten. Grondige due diligence is absoluut essentieel.

Wanneer kies je voor een reverse takeover?

Op basis van mijn eigen ervaring is een reverse takeover het meest logisch wanneer je snel kapitaaltoegang nodig hebt en de groei-opportuniteit niet kan wachten op een 18-maanden IPO-traject. Ook voor middelgrote bedrijven die minder dan 50 tot 100 miljoen euro willen ophalen zijn de kosten van een volledige IPO disproportioneel. En als je al een kring van investeerders hebt die je kent en vertrouwt, is een IPO-roadshow minder noodzakelijk.

Conclusie

Er is geen universeel juist antwoord. Het hangt af van je bedrijfsomvang, je tijdlijn, je kapitaalbehoefte en je marktpositie. Maar voor Nederlandse MKB-bedrijven die snel en kostenefficient beursgenoteerd willen worden, biedt de reverse takeover een serieus alternatief voor de traditionele IPO.

Selwyn Duijvestijn

Selwyn Duijvestijn

Selwyn Duijvestijn (1989) is ondernemer en CEO van DGB Group / Green.Earth. Als CEO van PHELIX NV begeleidde hij in 2017 de reverse takeover van Alumexx op Euronext Amsterdam.

Over Selwyn Duijvestijn →